Cystinurie bij de Newfoundlander hond.
“DNA-testen voor Cystinurie bij honden ir. Ed.J.Gubbels, geneticus, instituut Genetic Counselling Services,
Cystine
darmwand opgenomen in het bloed.Onder normale omstandigheden komt een deel van de aminozuren vanuit het bloed in de eerstgevormde urine in de nier terecht.
Ze worden echter direct daarna weer bijna volledig teruggevoerd in het bloed met behulp van een speciaal transportsysteem in de wand van de niertubuli.
Bij honden met Cystinurie is er een defect in het
transportsysteem dat het cystine terug moet brengenin de bloedbaan. In
het zure milieu van de urine slaat cystine neer in de vorm van
kristallen.
Deze kristallen groeien in de loop van de tijd verder uit
tot nier- en blaasstenen.De nier- en blaasstenen kunnen de
urineleiders volledig blokkeren waardoor een levensbedreigende situatie
ontstaat die acuut operatief ingrijpen noodzakelijk maakt.
Omdat reuen een nauwere urineleider hebben dan teven zullen
zij eerder en vaker in de problemen komen.
In het ergste geval
kan de urineleider volledig verstopt raken waarna de blaas uitzet en, bij
te laat ingrijpen, zelfs kan scheuren. Wanneer de druk in de blaas
toeneemt wordt de urine teruggestuwd naar de nieren die onder druk komen
te staan. Als deze druk te lang aan houdt en te hoog wordt zullen
uiteindelijk niercellen afsterven waarna de nier het volledig kan begeven.
Dit laatste heeft onvermijdelijk de dood tot gevolg.
-
Behandeling van Cystinurie
Dieren met Cystinurie worden meestal behandeld met stoffen die cystine binden en daardoor de vorming van kristallen voorkomen.
“Bij de mens zijn de meest gebruikte middelen 2-mercaptopropionylglycine (MPG) en Dpenicillamine.
Er is weinig informatie beschikbaar over de effectiviteit
van deze middelen bij honden.
Er is een onderzoek waarin wordt
geconcludeerd dat bij Newfoundlanders hogere doseringen van MPG nodig zijn
dan bij andere honden met Cystinurie. Dat zou ermee te maken kunnen hebben
dat Newfoundlanders aan een ernstiger vorm van Cystinurie lijden dan de
meeste andere rassen. Het andere product, D-penicillamine,
bleek pin
dit onderzoek nauwelijks effect te hebben bij het reduceren van de nier-
en blaasstenen.
Behandeling met MPG kan er in een aantal gevallen toe leiden dat de
cystine-stenen weer oplossen pwaarmee de noodzaak tot operatief ingrijpen
vervalt.
Jammer genoeg zijn sommige Newfoundlanders nauwelijks te
helpen met deze behandeling.
Ze krijgen de problemen herhaaldelijk
terug en kunnen alleen nog pmet operaties worden geholpen.
-
DNA-test voor Cystinurie zie laboklin en Antagene.
In de literatuur wordt melding gemaakt van meer dan zestig
rassen waarbij Cystinurie voorkomt.
Helaas zijn er veel genetisch
verschillende vormen. Bij de Newfoundlander (en de Landseer) werd een
genetische variant ontdekt en bij de Labrador Retriever een andere, beide
met een autosomaal recessieve vererving.
Maw woorden, dieren van deze
rassen die aan Cystinurie lijden hebben twee mutante allelen, van elke
ouder hebben ze er 1 gekregen. Dragers hebben maar 1 mutant allel en
vertonen geen klinische verschijnselen.
De onderzoeksgroep van dr. Urs Giger van de University of
Pennsylvania School of Veterinary Medicine heeft de DNA-markers gevonden
voor de beide varianten van Cystinurie en heeft daarvoor de test
ontwikkeld waarmee dragers en lijders kunnen worden opgespoord. De groep
zoekt momenteel naar DNA-markers voor de erfelijke vormen van Cystinurie
die bij andere rassen voorkomen.
Dankzij deze DNA-testen kan de
Cystinurie-status van toekomstige fokdieren al op jonge leeftijd worden
vastgesteld waardoor effectief kan worden geselecteerd tegen de afwijking.
Op grond van de test krijgen de dieren de uitslag lijder,drager of
vrij voor de marker waarop ze zijn onderzocht. Het kan echter niet
worden uitgesloten dat er binnen de rassen meerdere erfelijke vormen
van Cystinurie voorkomen.
Dat geldt zowel voor de Newfoundlander,de
Landseer als voor de Labrador.
We weten dat Cystinurie bij meer dan
zestig rassen voorkomt. Het lijkt erop dat de vorm die we bij de
Newfoundlander hond vinden tot de ernstigste behoort.Tot nu toe zijn er
alleen voor de Newfoundlander (en de Landseer) en voor de Labrador
Retriever DNA-testen beschikbaar.
Het gaat hier om recessieve defecten
op twee verschillende autosomale loci (van twee verschillende autosomale
genenparen).
In het verleden, toen de rassen ontstonden, werden er vaak
dieren uit andere rassen gebruikt om bepaalde kenmerken in het ras te
verbeteren. In dat proces waarbij gewenste genen werden
ingebracht, was het natuurlijk onvermijdelijk dat allerlei ongewenste
genen mee over gingen van het ene naar het andere ras.
We moeten er
dan ook rekening mee houden dat we de beide nu bekende erfelijke vormen van
Cystinurie ook bij andere rassen kunnen vinden.
Indien we blaas- of
nierstenen, of misschien wel Cystinurie, aantreffen bij een ras dat in het
verleden familiebanden had met de Newfoundlander, de Landseer of
de Labrador Retriever is het verstandig om met de DNA-test te laten
controleren of de betreffende erfelijke variant is het spel is. Mocht dat
zo zijn, dan hebt u in ieder geval een mogelijkheid om effectief tegen de
afwijking te selecteren en die daarmee uit uw lijn, en misschien wel uit
het hele ras, kwijt te raken.
-
Fokkerijbeleid.
Belangrijker dan het genezen van dieren die aan erfelijke
afwijkingen lijden, is voorkomen dat de erfelijke
ziekte zich verder
verspreidt in volgende generaties. Dat betekent dat de fokkers samen, en
elk afzonderlijk,een beleid moeten inzetten dat erop gericht is om de
verspreiding binnen het ras en binnen de lijnen tegen te gaan. Wanneer
binnen een ras een erfelijke afwijking voorkomt, willen sommigen niets
liever dan zo snel mogelijk alle dieren uitsluiten die de erfelijke
aanleg hebben .Dat is niet altijd verstandig. In het verleden hebben
we te vaak gezien dat er van een ras zoveel dieren (en hele lijnen) werden
uitgesloten, dat er daarna problemen ontstonden met inteelt en met andere
erfelijke afwijkingen. Zeker wanneer een afwijking veelvuldig binnen een
ras voorkomt is het van het grootste belang om als rasvereniging (als
samenwerkende fokkers) een beleid uit te stippelen waarbij het probleem in
een aantal generaties wordt teruggedrongen om het uiteindelijk helemaal
kwijt te raken. Daarmee wordt zoveel mogelijk van de erfelijke variatie
van het ras behouden.
Met afwijkingen zoals Cystinurie kan dat. Bij de nakomelingen van een belangrijk fokdier dat aan Cystinurie lijdt kunnen we op zoek gaan naar waardige opvolgers waarin de positieve eigenschappen van dat dier behouden blijven voor het ras. We zullen dan, tijdelijk gebruik makend van dragers, de nakomelingen in volgende generaties moeten testen om de vrije dieren op te sporen.
-
DNA-databank.
Indien u naar uw dierenarts gaat om bloed van uw hond te
laten afnemen, kunt u overwegen om dit gelijktijdig
te laten doen voor
de opslag van een bloedmonster in de DNA-databank. Die DNA-databank heeft
een aantalvoordelen voor u. Onder andere kunt u daarvan gebruik maken
indien er in de toekomst DNA-testen beschikbaar komen voor andere
erfelijke afwijkingen. U kunt dan uw hond laten testen zonder dat daarvoor
opnieuw bloed moet worden afgenomen.
Bron : Clubblad NNFC, 2006-2 (maart/april).