Elleboog dysplasie bij de Newfoundlander hond.

Deze vorm van OCD komt voornamelijk voor bij de grotere, snel groeiende rassen bij pups tussen de vier en twaalf maanden.OCD is een aantasting van de kraakbeenlaag van het gewricht. Bij trappenlopen kan zo'n beschadiging van het kraakbeen sneller voorkomen.
De gevoeligheid voor het optreden van deze beschadiging is meestal erfelijk doch zijn omgevingsfactoren mede een uitlokker.

Elleboogdysplasie

is een verzamelnaam voor verschillende aandoeningen (OCD, LPA en LPC) van het ellebooggewricht. Deze kunnen ontstaan vanaf een leeftijd van ongeveer 4 maanden.

Anatomie

Als mogelijke oorzaak wordt aangegeven een ontwikkelings stoornis t.g.v. overbelastingen en/of overgewicht. Dit wordt nog verergerd door te veel calcium in de voeding. Er ontstaat door de ongelijke belasting van het kraakbeen schade in het gewricht met artrosevorming tot gevolg. De pijn komt deels door de zwelling van het gewricht en door de kraakbeenschade zelf.

      elleboog
    • a. humerus (opperarm)
    • b. radius (spaakbeen)
    • c. ulna (ellepijp)
    • d. processus anconeus
    • e. processus coronoideus



    Het ellebooggewricht is het scharnier tussen de humerus (opperarm) en de radius (spaakbeen) en ulna (ellepijp). Deze drie beenderen passen perfect in elkaar, zodat de elleboog kan strekken en buigen. Ook kan de onderarm in beperkt draaien ( schroevendraaierbeweging) , wat vooral een beweging is tussen spaakbeen en ellepijp.Het oppervlak van de drie botten die het eigenlijke gewricht vormen zijn bekleed met kraakbeen en de gewrichtsruimte is gevuld met synoviaal vocht (gewrichtssmeer) , dat dient als smeermiddel en als voeding voor het kraakbeen.

    De ellepijp heeft twee belangrijke uitsteeksels: (d) het processus anconeus, dat van belang is bij het strekken van het gewricht, en (e ) het processus deus, dat van belang is bij de draaiende beweging van ellepijp rond spaakbeen. Zoals alle skeletonderdelen zijn het processus anconeus en het processus coronoideus aanvankelijk van kraakbeen; tijdens de groei wordt dit vervangen door benig weefsel. Dit verbeningsproces is met 7 maanden zo goed als voltooid.

    Als de lengtegroei van spaakbeen of ellepijp wordt belemmerd, kan de kom die deze twee beenderen samen vormen onvoldoende aansluiten op de vorm van de kop van de bovenarm; het resultaat is een incongruentie met het gewrichtsvlak van de humerus. Als er abnormale schuifkrachten worden uitgeoefend op het processus anconeus of het processus deus, kunnen deze afbreken. De ontwikkeling van kraakbeen ter afdekking van het benige deel van het processus deus of op het gewrichtsvlak van de humerus kan verstoord worden, hetgeen tot plaatselijke verdikking kan leiden. Zo'n kwetsbaar stukje kraakbeen kan afbreken; het gevolg is een gefragmenteerd processus coronoideus of een los flapje kraakbeen.

    Elleboogdysplasie

    Dit is een algemene term die eigenlijk de volgende aandoeningen omvat:

    • OCD   (Osteochondrosis Dissecans)
    • LPA    (Losse Processus Anconeus)
    • LPC    (Losse Processus Coronoideus)

    1. OCD (Osteochondrosis Dissecans)

    Deze vorm komt voornamelijk voor bij de grotere, snel groeiende rassen bij pups tussen de vier en twaalf maanden. OCD is een aantasting van de kraakbeenlaag in het gewricht, deze kraakbeenlaag komt op een beperkte plaats los en lig als een flap te slingeren in het gewricht.

    De symptomen bestaan uit een geleidelijk optredend manken vooral nadat de hond gelegen heeft, een gezwollen ellebooggewricht en de poot wordt naar buiten gedraaid om de binnenkant van het gewricht te ontlasten.

    2. LPA (Losse Processus Anconeus)

    Komt voornamelijk bij Duitse Herder, Sint Bernard, Teckels en Basset hounds voor.
    Tijdens de verbening van de groeiplaat thv processus anconeus ontstaan er sluitingsdefecten waardoor de Processus Anconeus los komt te liggen. Hierdoor ontwikkelt het Processus Anconeus gedeelte van het gewricht zich niet goed.

    3. LPC (Losse Processus Coronoideus)

    Deze vorm van OCD komt veel voor bij de Berner Sennen, Duitse Herder, Sint Bernard en de Golden Retriever maar ook de Newfoundlanderlijkt steeds meer erfelijk belast!

    Tijdens de verbening van de Processus Coronoideus op de leeftijd van 4 tot 5 maanden kan het losraken door een ontwikkelingsstoornis, overbelasting en/of overgewicht. Mogelijk kan dit worden verergerd door te veel calcium in de voeding. Deze aandoening komt vaker voor bij grote rassen. In het bijzonder reuen lijken gevoeliger . De combinatie met Osteochondritis Dissecans is niet ongewoon. Het gewricht is verdikt en pijnlijk en het gewricht wordt bij het lopen vaak naar buiten gedraaid.

    Behandeling

    Aangezien we hier te doen hebben met een ontwikkelingsstoornis is de boodschap : zo snel mogelijk opereren.
    Bij gelijk welk van de drie aandoeningen (OCD, LPC, LPA) moet het loszittend deel kraakbeen zo snel mogelijk verwijderd worden of terug vast gezet worden (in het geval van een LPA).

    Nabehandeling

    De nazorg, die door U gedaan wordt is van cruciaal belang voor de verdere genezing van uw hond zijn elleboog.

    • De hond dient gedurende de eerste zes weken aan de leiband te lopen (ook voor een klein plasje ).
    • Na veertien dagen worden de huidhechtingen verwijderd. en buigt en strekt u regelmatig het ellebooggewricht.
    • Vanaf de derde week kunt u starten met een wandeling, beginnende met 8 keer 2 minuten per dag opbouwend naar 8 keer 5 minuten per dag.
    • Ook zwemtherapie is zeer doeltreffend omdat de hond geen gewicht op de elleboog plaatst en deze door zwemmen soepel maakt en houdt.

    Na 6 weken volgt dan een algemene controle.

    Ter ondersteuning kan gematigd een ontstekingsremmer worden gebruikt maar maak dat de hond toch nog wat pijn voelt want anders gaat hij de elleboog niet ontzien .